Allergie of Intolerantie

Allergie of intolerantie

Allergie of intolerantie. We roepen vrij snel dat we ergens allergisch voor zijn maar vaak klopt dat niet helemaal want meestal is er slechts sprake van een intolerantie. Je kunt allergisch of intolerant zijn voor bijvoorbeeld huisdieren, voor chemische stoffen maar ook voor voeding. Indien je een erfelijke voedselallergie hebt dan wordt dit ook wel atopie genoemd.

Wat is nu precies het verschil tussen een allergie, een intolerantie en een aversie.

Bij een ALLERGIE loopt de reactie via ons afweersysteem. Tegen de allergenen (stof waar je allergisch voor bent) worden antistoffen aangemaakt. Een kenmerk van een allergie is dat een klein beetje van de allergene stof al een enorme en heel snelle reactie veroorzaakt zoals misselijkheid, diarree en spierpijn. Vaak blijft een allergie levenslang maar soms kun je erover heen groeien.

Bij een INTOLERANTIE vindt er een (vaak vertraagde) reactie plaats door ons lichaam op voedselbestanddelen. Je lichaam reageert alsof het schadelijke stoffen zijn. In tegenstelling tot bij een allergie zijn er meestal grotere hoeveelheden van de stoffen nodig om klachten te veroorzaken zoals buikpijn, hoofdpijn en jeuk.

Bij een AVERSIE heeft de reactie een psychische oorzaak.

BIOGENE AMINEN noem ik in dit rijtje ook want het zijn verbindingen in voeding die overgevoeligheidreacties kunnen veroorzaken maar er is geen sprake van allergie want het immuunsysteem speelt hier geen rol. Biogene aminen komen in heel veel voedingsmiddelen voor en ontstaan tijdens de verwerking, rijping (gisting en fermentatie) en opslag. Ons lichaam maakt deze verbindingen zelf aan dus in principe zijn ze niet schadelijk maar je kunt er wel overgevoelig voor zijn. Voorbeelden zijn histadine, dopamine en histamine.

Een overgevoeligheidsreactie op biogene aminen wordt ook wel een pseudo-allergie (PAR) genoemd. Wanneer het lichaam 1 van deze stoffen opneemt kan het uit balans raken waardoor er bijvoorbeeld nog meer histamine aangemaakt worden. Daardoor kun je klachten krijgen als migraine, astma, jeuk of vochtophopingen.
Histamine-voorraden liggen in het lichaam opgeslagen in de mestcellen. Bij bepaalde mensen met een erfelijke aanleg voor een allergie zijn deze mestcellen veel minder stabiel dan normaal, waardoor ze te snel histamine vrijmaken. Dit kan bijvoorbeeld al gebeuren door koude of warmte. Biogene aminen zitten veel in (schimmel-kazen), yoghurt, kwark, eiwit en varkensvlees.

In geval van een allergie bij kleine kinderen ontstaat er vaak bleekheid, donkere kringen onder de ogen hebben en regelmatig keel en of oorontsteking. Bij volwassenen zijn de verschijnselen eerder huidklachten, luchtwegklachten en maag/darmklachten.

Het probleem bij een allergie of intolerantie is dat er niet altijd sprake is van een acute reactie. Het is dus heel goed mogelijk dat je allergisch/intolerant bent voor een voedingsmiddel dat je dagelijks eet. In je lichaam veroorzaakt dit een heleboel narigheid met voor jou vage klachten maar waar je geen link legt naar een bepaald voedingsmiddel.

Lactose intolerantie
Lactase zorgt voor het afbreken van lactose, de suiker die in melk- en melkproducten zit. Sommige mensen hebben een tekort aan lactase in de darmen en kunnen daardoor melkproducten niet volledig afbreken. (let hierbij ook op wei- en melkpoeder).

Glucose intolerantie
Koolhydraten worden in je lichaam omgezet in glucose en wanneer dit niet verbrand worden in je lichaam wordt het opgeslagen als glycogeen in je lever en spieren. Bij inspanning dient dit glycogeen weer omgezet te worden in glucose. Bij een glucose intolerantie gebeurt niet niet en verzuurt je bloed.

Coeliakie (Glutenallergie)
Allergie voor gluten. Gluten zijn eiwitfracties in tarwe, haver, rogge, gerst en spelt. Gluten veroorzaken bij een intolerantie een beschadiging van het dunne darm slijmvlies. De enzymen in de beschadigde darmvlokken belemmeren zo de opname van voedingsstoffen. Glutenvrij is mais, rijst, gierst, boekwiet, amaranth, teff, tapioca, soja, kikkererwten en kastanjemeel.

Om erachter te komen of je voor een bepaald voedingsmiddel allergisch of intolerant bent is vrij lastig. Een bloedtest zegt niet alles. Als je je vermoedens hebt dan kun je (onder begeleiding van een diëtist of voedingsdeskundige) een bepaald voedingsmiddel of voedingsmiddelengroep voor een bepaalde tijd compleet verwijderen uit je dagelijkse eetpatroon. Denk aan ongeveer een maand. Mochten de klachten verdwijnen dan kun je langzaam proberen het voedingsmiddel weer te gebruiken. Komen de klachten dan weer terug dan weet je genoeg. Dit hoeft niet te betekenen dat je het voedingsmiddel (of groep) nooit meer kunt eten. Soms is een tijdelijke periode van vermijding, waarbij je tegelijkertijd je lichaam gaat versterken voldoende om ervoor te zorgen dat je een voedingsmiddel te zijner tijd toch weer kunt verdragen. Maar ga hier niet zelf mee aan de gang. Als je namelijk een bepaalde voedingsmiddelen groep niet meer eet kun je het risico lopen dat je bepaalde voedingsstoffen niet meer binnenkrijgt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *